Weet je…. laat maar. 

Het is zaterdagavond als ik met een vriendinnetje zo’n beetje onder de bank lig van de slappe lach. Het slachtoffer lijkt in eerste instantie haar vriend, die met een beteuterd gezicht het tafereel op een afstand aanschouwt. Maar eenmaal uitgelachen komen we tot de conclusie dat we niet hém belachelijk zaten te maken maar dat we vooral heel hard om ons eigen gedrag moeten lachen. Want eerlijk toegegeven: met ons vrouwen valt soms gewoon niet te communiceren. We roepen natuurlijk heel hard van wel, maar ja dat is omdat we onszelf toch enigszins moeten verdedigen. Een klein verslag van mijn weekend, waarin pijnlijk duidelijk wordt dat wij vrouwen wel heel veel van jullie mannen verwachten. Diep respect voor de mannen die daarmee om kunnen gaan.

Redelijk OK
“Wat vind je van burgers?” vraagt een vriend vrijdagavond aan mij. Hij doet daarmee een voorstel om die avond samen een burger te happen. Een lichte paniek overvalt me. Ja, ik hou enorm van burgers maar ik ben wel een ontzettende tuthola op dat gebied. Ik zie de enorme flatgebouwen van broodjes met dikke plakken vlees al voor me, ladingen mayonaise en mosterd erop, ik moet er niet aan denken. Als ik ergens niet van hou is het mayonaise en mosterd. Op mijn hamburger zit alleen ketchup. Veel ketchup wel te verstaan en een beschaafd plakje koe. Maar dat kan ik in zo’n burgerrestaurant natuurlijk niet maken om te bestellen, nee de burgers daar zijn vast très hip en origineel met alles erop en eraan en ik hou gewoon van plain. Bovendien gruwel ik al bij de gedachte aan de hoeveelheid augurk die op de gemiddelde hippe burger zit en daarbij komt ook nog eens dat je een burger nou eenmaal niet netjes kunt eten. Het charmant nuttigen van spareribs vind ik vaak nog eenvoudiger. En ik zie al voor me hoe ik sta te hannesen bij het bestellen “ja, ik wil graag een hamburger maar zonder mayo, mosterd en augurk. En ook geen kaas alstublieft. En eh, wat zit er nog meer op? Oh nee, doe dat ook allemaal maar niet.” Wat moet hij wel niet van me denken?  Nee, hamburgers eten daar heb ik vandaag écht even geen zin in. Maar dat kan ik natuurlijk niet zeggen. Ik kan niet zomaar zijn idee afschieten zonder enige vorm van motivatie. En motiveren is nou net waar ik óók al geen zin in heb, want dan moet ik bovenstaande in een paar appjes samenvatten, niet te doen. Ik heb geen idee wat ik met de situatie aanmoet en dus na app ik na twee minuten twijfelen terug: “Redelijk ok”.

Ja mannen, jullie mogen me nu echt heel hard slaan. Natuurlijk ben ik hierin enorm nalatig én leg ik alle verantwoordelijkheid bij hem neer om door te hebben dat ik het niet zie zitten. Hij kan nu óf de held zijn als hij begrijpt wat ik bedoel óf het totaal niet doorhebben en zeggen: top, doen we! In dat laatste geval baal ik natuurlijk als een stekker want dan zal ik eraan moeten geloven en gebeurt vast alles waar ik geen zin in had. Dan zal ik me absoluut enorm opgelaten voelen in dat hippe burgerrestaurant en zal ik moeten leven met de fronsende wenkbrauw die ik vast ga krijgen van het hippe meisje in de bediening. Maar kan ik hem dat kwalijk nemen? Nee, volgens mij niet. Dan had ik duidelijker over mijn angsten moeten communiceren en dat doe ik bewust niet omdat ik niet de moeilijke tante wil uithangen. Om mijn eigen gedrag en gedachtekronkels te verhullen, schuif ik dus de verantwoordelijkheid op hem af om te begrijpen wat ik bedoel. Wel zo makkelijk.

Maar ik kan opgelucht ademhalen als ik een appje terugkrijg: “Redelijk ok in meisjestaal betekent ‘liever niet’ toch?”
WHOEAAAH 10 punten voor jou!! Een man die het snapt, eindelijk!

Weet je…. laat maar.

Het is zaterdagavond als ik, dit keer in de rol van getuige, weer mag ervaren hoe wij vrouwen A zeggen en B bedoelen. Een typische klassieker in de communicatie tussen man en vrouw en eentje die vaak bron is voor veel ellende: de ‘laat-maar’. Nee natuurlijk moet je ons niet met rust laten, of toch wel?

“Wat is er?” vraagt haar vriend aan mijn vriendin. Hij krijgt een boze blik terug met een felle “Láát-maar”. “Nee-ee, niets laat maar, ik wil weten wat er is”. Hierop volgt natuurlijk een nog vuilere blik van haar en wordt vast met de ogen gerold en heel hard gezucht. Zoiets is volgens mij wat er gebeurde, zo’n 5 minuten voor ik binnenkwam. Ik heb het zeldzame talent om aanwezig te zijn op plekken waar een echtelijke ruzie broeit, ik zou er boeken over vol kunnen schrijven. Maar dat doe ik niet.

Mannen, soms moeten jullie gewoon niet doorvragen. Als je niet snapt waarom we boos, kribbig of geïrriteerd zijn, vraag dan in ieder geval nooit “Wat is er?” Dat is namelijk hét teken dat je er geen bal van begrepen hebt en waarschijnlijk al de hele dag met oogkleppen op rondloopt. Als je had opgelet, had je namelijk duidelijk kunnen zien wat er aan de hand is. In het geval van mijn vriendin was ze wanhopig geïrriteerd door het wangedrag van haar dochter die dag en gewoon enorm vermoeid. Een betere opmerking was geweest “Wat een dag hè schatje, wat was ze vervelend hè?” waarbij je deze woorden kracht bijzet met een lieve, stevige knuffel. Dan blijft alles pais en vree want dan kan de vrouw even uithuilen in zijn stoere armen. “Ja…. (snik)…. ik ben op (snik)…..”
Ja, we gaan er hierbij inderdaad vanuit dat je ons feilloos aanvoelt en over oneindig veel observatievermogen beschikt. Sucks to be you hè?

En als je echt geen idee hebt (= kunt hebben) waarom er net wat harder met kastdeuren wordt gesmeten en met wat meer herrie de vaatwasser wordt uitgeruimd, kom dan naar haar toe, hou haar even vast en vraag dan op lieve, geïnteresseerde toon “Lieverd, wat is er?” (Trouwens, het beste is natuurlijk om meteen even te helpen bij het uitruimen van de vaatwasser als je toch in de buurt bent, gratis tip).
Máár, doe dit natuurlijk niet als je kunt vermoeden dat je de bron van de boosheid bent. Dan is het beter om voorlopig even niet in de buurt te komen. Vraag jezelf dus eerst af of je wat verkeerds gedaan hebt (nee, vraag het vooral niet aan haar) voordat je een boze vrouw nadert.

En ja, we snappen dat heel veel gevraagd is. Maar je bent natuurlijk niet zomaar verkozen tot partner hè? De verwachtingen zijn dan hooggespannen en dus verwachten we van jou dat je altijd snapt waarom we boos zijn, dat je weet wanneer ‘laat maar’ betekent dat je écht weg moet blijven en wanneer ‘laat maar’ betekent dat je vooral door moet vragen en een knuffel moet komen geven. Zo moeilijk is het toch allemaal niet? En als je een felle ‘laat-maar’ al erg vindt, dan is een ‘laat maar’ voorafgegaan door ‘weet je’ nog veel erger. Je mag dus blij zijn dat je die niet naar je hoofd geslingerd hebt gekegen.

Succes mannen! Dan gaan wij vast door met lachen om ons eigen gedrag en lachen we jullie een klein beetje uit omdat het nou eenmaal jullie lot is om met ons om te gaan.

Beoordeel dit artikel:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.