Pokémannen vangen….

“Of je meegaat een ijsje eten?” vraag ik aan een vriend die evenveel van cabrio’s en nutteloze rondjes rijden houdt als ik. “Tuurlijk!” zegt hij! Altijd een smoes om naar buiten te gaan toch? We parkeren de auto op ongeveer 10-15 minuten lopen van de ijssalon, het is prachtig weer voor een loopje. Maar we zijn de auto nog niet uit of de vriend in kwestie pakt z’n telefoon uit de broekzak en begint vervolgens druk om zich heen te kijken. “Wat is er?” vraag ik enigszins bezorgd. “Er zitten hier Pokémons” fluistert hij. Oh Lord. In eerste instantie denk ik dat hij een grapje maakt, maar al vrij snel is het duidelijk; hij is écht Pokémons aan het vangen. Dat ik dit op mijn leeftijd nog mee mag maken….

Eerste stop, 10 meter van de auto:
“Wacht even….”
-Ik wacht geduldig-
“Ja hier, ja ik heb ‘m. Yes! Die had ik nog niet” roept hij uit. “Ik heb Rattata!”
“Wie?”
“Deze! Kijk maar”.
“Oh, ja dat is wel een hele mooie” zeg ik op een bijna moederlijke toon.

Tweede stop, 50 meter verder:
“Oh daar (hij wist een kant op) zitten er veel!”
“Nou ga er heen dan”, zeg ik.
“Nee, hier is wel goed, ik heb geen zin om daar helemaal heen te lopen.”

Derde stop, totaal zo’n 150 meter van de auto:
“Ah, hier is wat te doen. Even kijken hoor. Oh wacht, het is een pokéstop.”
-Ik wacht-
“Een wat?” vraag ik.
“Een pokéstop! Daar kun je ballen enzo verzamelen”
“Oh ja” stamel ik…”handig…”

Na 500 meter lopen:
– we stoppen-
“Shit, ik zit in de gym”.
“In de wat?” vraag ik verbaasd?
“In de gym”, zegt de vriend alsof het de normaalste zaak van de wereld is. “Daar gaan ze vechten. Maar daar wil ik nog niet zijn” zegt hij.
“Waarom niet?” vraag ik hem.
“Daar ben ik nog niet goed genoeg in”
Tsja, wat moet je daarop zeggen?

Op ongeveer 800 meter afstand van de auto en zo’n 860.000 stops verder:
“Ah hier zit er nog een! Yes ik heb al zes Pokémons gevangen!” roept hij blij uit. Hij is zo trots als een kind dat z’n rapport laat zien.
Natuurlijk ben ik apetrots op deze gozer. Hij vangt zomaar even een flink aantal Pokémons in een paar honderd meter, alsof het niets is!
Ik weet meteen wie ik moet bellen als ik een keer een mug in de kamer heb die ik maar niet kan vangen.
Ik vraag hem of hij Pikachu al gevangen heeft en denk daarmee gigantische indruk te maken omdat ik zomaar een Pokémon bij naam ken.
“Nee”, zegt hij met een beteuterd gezicht, “die is heel zeldzaam…”.

Eenmaal bij de ijssalon wil ik een bolletje Pokémonijs voor deze vriend bestellen, maar helaas de winkel  heeft alleen Smurfenijs. WTF, moet ik met Smurfenijs als Pokémon nu helemaal het ding is?
Maar daar kunnen we ons niet druk over maken, er zijn grotere problemen. Is er nog voldoende batterijcapaciteit om op de terugweg ook Pokémons te kunnen vangen?
En dan nog iets, we hebben nog maar een half uur parkeertijd om terug te lopen, gaan we dat redden?
Oké, het is maar 15 minuten lopen, maar dat is zonder stops. Het wordt krap vrees ik. Als ik dit had geweten, had ik wat meer in de parkeermeter gegooid….

“Heb je toevallig een batterypack bij je?” vraagt de vriend in kwestie.
“Uh nee, die heb ik nét thuis uit m’n tas gehaald….” pest ik hem.
“Shit, ik moet echt m’n batterypack meenemen volgende keer” zegt hij.

Wat research de volgende dag bij mannelijke collega’s, levert op dat ze een plek hebben gevonden met zoveel Pokémons, dat ze die nu ‘Pikachu heaven’ noemen. En ik weet nu waar die plek is, dus ik weet waar we de volgende keer heen moeten. Kijken hoe blij hij wordt als hij Pikachu gevangen heeft…..En dan zal ik inderdaad m’n batterypack voor hem meenemen.

volwassen-mannen
.

Beoordeel dit artikel:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.