Het verhaal van de dode goudvis

goldfish-1900832_640

“Chant, volgende week heb ik een ouderavond, maar ik ben alleen die week. Kun jij  een avondje op de kids passen?” vraagt een dierbare vriendin.
Haar man blijkt voor z’n werk op vakan…eh in het buitenland te zitten. Tuurlijk kom ik oppassen, ik draai daar mijn hand niet voor om.
Ik heb dan zelf geen kinderen, dat wil niet zeggen dat ik niet mega goed met ze ben. Voorlezen, met poppen of knuffels spelen, rare geluiden maken, met autootjes racen, rollebollen over de grond en als het echt nodig is doe ik streng. Altijd leuk andermans kinderen. Lekker pret maken en als het écht lastig wordt geef je ze gewoon weer terug. Nee, oppassen is een luizenbaantje….

Hoewel m’n vriendin eigenlijk met grote haast moet vertrekken, vindt ze nog net voldoende tijd om te melden dat de goudvis op z’n rug in de kom ligt. De kinderen schrikken op en lopen naar de kom. De beteuterde gezichtjes spreken boekdelen, de vis is dood. Ai, shit….huilende kinderen, dat was niet wat ik in gedachten had toen mijn vriendin vroeg om op te passen. “Goudje…..” mompelt de dochter en ze trekt er een nog zieliger gezicht bij. Even denk ik dat ze gaat huilen, (het was toch haar vis hè) maar ze houdt zich groot. Mijn vriendin vraagt of ze de goudvis in de tuin willen begraven. Eh… wacht even… goudvissen trek je toch door de plee als ze dood zijn? Althans, mijn moeder deed dat vroeger met mijn goudvissen. Zeer pedagogisch verantwoord roep ik door de kamer “Weet je wat mijn moeder vroeger met dooie goudvissen deed….” en net als ik adem wil halen om mijn zin af te maken krijg ik een veelzeggende blik van mijn vriendin. De blik wordt kracht bijgezet door het driftig schudden van haar hoofd en een vinger voor de mond. “Niet zeggen” zegt ze met haar lippen zonder geluid te maken. Ik slik m’n zin weer in en besluit dan maar de rol van rouwverwerker op mij te nemen. Moeders is ‘m ondertussen ongemerkt gesmeerd en dus mag ik de shit opruimen. Daar gaat een leuk avondje.

We vissen Goudje uit z’n kom en staren met z’n drieën apathisch naar de dode vis in het netje. “Zullen we ‘m dan maar begraven?” opper ik. De kinderen knikken en dus lopen we met gepaste stemming de tuin in. Een kruisje van saté prikkers verraadt direct waar het vissenkerkhof is. We scheppen een kuiltje in de aarde en kiepen het netje om. Maar het visje weigert uit het netje te vallen. Smetvrees heb ik niet, maar ik ga die dooie vis voor geen goud geld met mijn vingers aanraken. De enige oplossing is Goudje een klein tikje te geven met de lepel die ik in mijn hand heb, ik hoop maar dat de kids het niet opmerken. Als het visje in de aarde ligt schep ik het grafje dicht en leg er een bloemetje op. Ik vraag me af of we nu nog een korte speech moeten houden, een terugblik op het goede leven dat Goudje gehad heeft. Maar iets in mij zegt dat het verstandiger is om dit zaakje snel af te handelen. Wel één hele minuut is er getreurd om Goudje, tijd om weer verder te gaan met het leven.

Als de pyjama’s aangetrokken zijn en de tanden zijn gepoetst is het tijd om een verhaaltje voor te lezen. Ik denk terug aan vroeger toen ik met mijn vader ‘Pim en de vis’ las, absoluut mijn favoriete boekje. Maar vanavond lijkt me dat geen geschikt verhaaltje. Het lijkt mij sowieso beter om verhaaltjes met dieren even te vermijden en stuur aan op een boekje over een kok en kokkin (die gelukkig geen visje gaan bakken). Na het lezen gaan ze slapen alsof er nooit iets is gebeurd. Of zouden ze door het voorlezen zijn vergeten zijn dat zojuist hun huisdier is begraven? En net als ik de deur van zoonlief wil dicht doen word ik door hem geroepen: “Sjetaaaal-aaal”. “Ja”, antwoord ik. Even ben ik bang dat hij gaat zeggen dat hij Goudje zo ontzettend gaat missen en niet kan slapen. “Ik vind je lief” zegt hij met een grote glimlach. Ik smelt ter plekke en haal opgelucht adem. Dat Goudje dood is, lijkt inderdaad al snel weer vergeten te zijn. Pfieuw, daar kom ik vanavond even goed van af.

Beoordeel dit artikel:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.